In het veld van de ontmoeting tussen kunst en geneeskunde, hebben de wérken met een tandheelkundig thema niet best gescoord. Vaak bleven de werken steken. Enerzijds in spot met kwakzalverij en geldklopperij waarvan het tandentrekken op kermissen een uiting was, en anderzijds in leedvermaak met de pijn van een ander. In de mate dat het tandheelkunde - professioneel en tot op zekere hoogte pijnloos - werd, verdween de artistieke interesse voor deze medische discipline. Het was dan ook een delicate opdracht die Guido Geelen kreeg om een beeld voor het studiecentrum Tandheelkunde te maken: wat viel er te verbeelden?! Trefzeker wist hij hem tot een goed einde te brengen. We zien twee handen in de uitgangspositie die de tandarts aanneemt wanneer hij onze tanden gaat inspecteren. De houding zegt genoeg, de bijhorende voorwerpen zijn hier overbodig. Daarmee laat het beeld een soort even stevig als; helder nulpunt zien in de doodgelopen ontmoeting tussen kunst en tandheelkunde.
Vandaar af kan tussen beide een nieuwe relatie worden opgebouwd. Guido Geelen is er alvast mee begonnen door het beeld helemaal met bladgoud te beleggen. Hierbij ligt de referentie naar'gouden tanden'voor de hand. Maar dit zou al te patserig worden, ware het niet dat letterlijk 'gouden handjes' worden getoond, hetgeen we bij een behandeling door'de tandarts, de pijn wel te ontwijken maar de angst steeds bestaand, toch verwachten.
Daan Van Speybróeck
UMC st Radboud, Nijmegen
teksten