Guido Geelen

teksten

Virtuositeit van Guido Geelen

17 oktober 2000, NRC Handelsblad (Janneke Wesseling)

solo expositie Guido Geelen, Vuur-Werk 1987-2000

De technische beschrijving van het werk van Guido Geelen (Thorn, 1961) laat zich lezen als poëzie. „Robbelien KOI 6, gesmoord door Janssen-Dings, gebakken klei". Of: „N.G.I.1991, R.& S.93602 & 8B.C, platina-, goud-, koper-, brons- en irisluster, gebakken klei." De combinatie in deze beschrijvingen van aan de ene kant technische precisie en aan de andere kant exuberantie en sprookjesachtigheid typeert het werk van Geelen. Ook wie niet vertrouwd is met keramiek herkent direct de grote virtuositeit van zijn beelden. De klei is zwaar en log of licht en transparant, ongekleurd of geglazuurd in vele lagen, zorgvuldig gemodelleerd of eenvoudigweg door de gehaktmolen geperst: deze keramist draait zijn hand nergens voor om. Zijn werk is één groot celebreren van het materiaal. Geelen ontving onlangs de dr. A.H. Heinekenprijs voor de kunst (ƒ 100.000), die dit jaar bestemd was voor het medium keramiek.
Bovenop een wasmachine leunt, half ingezakt, een televisietoestel. De huid van de keramische apparaten is bedekt met taferelen in Delfts blauw, waar een glanzend platinaluster in lome slierten van afdruipt. Bovenop het bouwsel paraderen talloze kleine figuurtjes, en het oog van de wasmachine herbergt een arcadisch herderstafereel van keramische poppetjes. Her en der balanceren koeien langs afgronden en gluren over randen. Ze zijn een soort miniatuuruitvoering van de koeien aan de gevel van de kathedraal van La-on, die ons, nietige passanten op straat, bekijken. De Wasmachine (1995) van Geelen, 163 centimeter hoog, is een extravagant, ongerijmd en grappig werk.
Een beeld van Geelen is nooit een beeld zonder meer. Ieder werk is een opeenhoping van onderdelen die op allerlei manieren naar de omringende werkelijkheid verwijzen. Deze onderdelen zijn vaak afgietsels van bestaande voorwerpen, variërend van appels en speelgoedhondjes tot complete stofzuigers. De kleivoorwerpen worden samengeperst tot een muur, of samengevoegd tot een wand- of vloerbeeld. Het is alsof het Geelen nooit genoeg is, er moet steeds meer bij, meer lagen, meer voorwerpen, meer verwijzingen. De Gatenbeelden, afgietsels in rode gebakken klei van onder andere kachels en strijkbouten, zien er uit als stukken Emmenthalerkaas, met grote gaten erin gestanst waarin weer kleine afbeeldingen zijn verstopt. En ook de meest eenvoudige beelden, zoals stapelingen van cy-linders, zijn nog bedekt met lagen glazuur in verleidelijke kleuren.
Een beeld van Geelen is een soort archief, een geheugen. De herinneringen die erin liggen opgeslagen zijn verhalend, niet beeldend, van aard. Het is als met de wanddecoraties in een rococo-pa-leis, waarbij op kleine panelen gedetailleerde landschappen zijn geschilderd. De versierde randen van de panelen werken als venster, waardoorheen een hele wereld is te zien. Het is een spel met perspectiefwisselingen, en met een illusionaire ruimtebeleving. Veel beelden van Geelen doen trouwens ook
denken aan Rocaille, de vormeloze schelp- en kalkachtige decoraties en stroperige 'kwabornamenten' van de rococo. Er is wel een belangrijk verschil. Een rococo-wandschildering heeft zijn plaats en functie binnen een duidelijke context. Maar de beelden van Geelen zijn ontheemd; ze kunnen maar niet beslissen waar ze bij horen. Nu eens lijken ze toegepaste kunst te zijn, bijvoorbeeld als tulpenvaas of tuinomament. Dan weer lijken ze aan te willen sluiten bij de autonome kunst. Het doet er niet toe welke autonome kunst: het kan zowel Carl Andre als Jeff Koons waar ze aan refereren. Dat zijn twee uitersten die moeilijk met elkaar te verzoenen te zijn. Het oeuvre van Geelen valt dan ook uiteen, het heeft geen stilistische of inhoudelijke constante, geen echte noodzakelijkheid De enige constante is de ambachtelijke vaardigheid van de maker. Deze vaardigheid, die op zichzelf weliswaar bijzonder is, leidt tot spielerei. Niet tot sculptuur, tot beelden met een betekenisvolle vorm. Ambachtelijkheid is zowel de grote kracht van Geelen als ook zijn zwakte.