Guido Geelen

teksten

Handwiel, Bij de VPK-jaarpenning 2008 van Guido Geelen

September/oktober, De Beeldenaar (Mirjam Mieras)

project Jaarpenning 2008 VPK

Kraanwater vult de holtes van de plastic mal tot aan de rand. Het transport naar het vriesvak verloopt zonder de waterspiegel uit het oog te verliezen. Naast het bladerdeeg landt de mal. Rest nog het sluiten van de kleine pool, het toedrukken van de koelkastdeur en het opdweilen van wat gemorst water. Hoe lang neemt het bevriezen van 6x3 ijsblokjes?
Het kleinood is gereed. De mal is gevuld met klompjes barre kou, het lossen kan beginnen: zorgvuldig onder een straaltje venijnig heet water uit de kraan of wat bruter: door de mal te torderen of ermee op het aanrecht te slaan, waarna achttien strakke klontjes boordevol ijsbloemen te voorschijn schieten.
Guido Geelen (Thorn, 1961) maakt beelden die getuigen van eerbied en dwarsheid. Weloverwogen, maar met respect voor toeval gaat hij te werk. Een gegoten beeld blijft zoals het uit de gietvorm komt. Geen lassen, niet zagen, ciseleren of patineren.
In de zomervleugel van Geelens verblijf staan beelden opgesteld. Zijn werken zijn opgenomen in kunstcollecties, staan in musea en in de openbare ruimte. De beelden in zijn huis zijn representanten van het oeuvre. Op een houten tafel ligt een levensgrote koeienkop in gebakken klei met gaten doorboord. Er staat een barok-object opgebouwd uit kleine stukjes klei, overgoten met spiegelend glazuur. Een stapeling van samengeperst huisraad en dieren in rode klei vormt een manshoge muur. In de zomervleugel ('s winters trekt Geelen zich terug in de overige zeeën van ruimte) staat ook recent werk: tulp, roos en hyacint in brons of aluminium. Een bol met worteltjes, stengel, stevig blad en bloem
geflankeerd door ontluchtingskanalen en tap.
Wonen doet Geelen in ruimtes die aangenaam sober zijn als een white-cube-museumzaal. Bed, bank en bad vat Geelen op als sculptuur en staan midden in de ruimte. De wanden van zijn werk- en woonvertrekken zijn overwegend leeg, de lange eettafel is omzoomd met oude Gispen-stoelen, stapels servies staan in een stellingkast. Prullen en nostalgie bergt Geelen zorgvuldig op in houten transportkisten.
Geestdriftig diept hij uit één van de keurig gestapelde kisten een fluwelen doos op. Hij toont het beeldje behorend bij de prestigieuze Dr. A.H. Heineken-prijs voor de kunst die hij in 2000 kreeg. Hoewel vakkundig gemaakt in zilver is het beeldje een toonbeeld van cliché. Omsmelten of vervormen achtte Geelen ongepast, het ding vond gelukkig een plek op de schoorsteenmantel van zijn moeder, maar keerde na haar overlijden terug naar hem. Het lijkt één van de weinige dilemma's waar hij nog niet uit is. Hergebruiken of koesteren?
Tot op het bot gaat zijn ordenen. In het immense atelier, de centrale ruimte tussen de andere vertrekken, liggen in slagorde rijen gipsmallen op pallets. Er staat een keurige waspan op wieltjes. De ruiten zijn gelapt en het gras in de strakke tuin is pas gemaaid.

Samenhang

Een mal omsluit exact het oorspronkelijke object zoals de bolster een kastanje. Door de holte van de mal te vullen met was wordt het oorspronkelijke object herschapen. Zou er massief gegoten worden, zoals bij ijsklontjes, dan wordt het beeld zwaar, kostbaar en raakt het, als gevolg van temperatuurverschillen en krimp, onbedoeld vervormd. Ingegoten was stolt aan de wanden van de mal en vormt een dun laagje dat sprekend lijkt op de buitenkant van het oorspronkelijke voorwerp. Het teveel aan was wordt weer uitgegoten. De holle replica in was laat zich makkelijk bewerken.
Hier slaat Geelen zijn slag. Hij doorboort de waslaag waardoor we zicht krijgen op de binnenzijde van het beeld. Hij plaatst kleine figuurtjes op en in het beeld. Uit boomstammen snijdt hij de kopse kanten zodat ze hol blijken. Hij voegt voorwerpen samen tot een ogenschijnlijk onnavolgbare chaos en voegt gietkanalen toe. Het werk in was wordt vervolgens ingevormd in gietmassa, uit-gestookt en de ontstane holle ruimtes met vloeibaar metaal ingegoten.
Hij maakt gebruik van alle mogelijkheden die het materiaal hem biedt. In zijn keramische beelden gebruikt hij popperige transfers en opzichtige glazuren. Hij borduurt voort op de traditie van keramiek en maakt van zijn beelden gebruiksvoorwerpen door in de gaten glazen bloemenhouders te plaatsen. Sculptuur wordt vaas.

Geelen werkt nauw samen met experts in ateliers en fabrieken. Deze vakmensen bepalen o.a. hoe de gietkanalen, giet-technisch het beste kunnen lopen. Hun inbreng op het werk is dus niet onaanzienlijk en dat is precies wat Geelen beoogt. Materiaal en techniek hebben een intrinsieke eigenschap die bepalend is. Beperkingen zijn voor Geelen net zo inspirerend als mogelijkheden. Alledaagse voorwerpen ondergaan een gedaanteverandering. De sculpturen tonen de samenhang die Geelen in het alledaagse aanbrengt.
In de hal van een bouwonderneming staat een beeld van twee bouwvakkers. Zij dragen de archetypische gereedschappen van bouwmeesters bij zich: passer, winkelhaak en troffel. Beide mannen bestaan uit een dunne laag brons die zichtbaar wordt dankzij de kieren in het beeld. Geelen confronteert de bonzen op het hoofdgebouw met de uitvoerders, door middel van een sculptuur die gaat over ambacht, over bouwen en over gieten.

Handwiel

De penning die Guido Geelen voor de vpk ontwierp is een handwiel, een gietsel in aluminium uit een bestaande industriële coquillemal. Zo'n handwiel kennen we allen als kraan van een brandslang. Het wiel is opgebouwd uit vijf dunne segmenten metaal en vijf brede segmenten niets. De buitenrand meandert van spaak naar spaak en maakt het object sierlijk en functioneel. Vanuit het centrum van Geelens handwiel loopt een as met twee verschillende diktes. Op de dikke as kan het wiel staan, om de dunne as kan het wiel tollen. Liggen doet de penning diagonaal, op een van haar assen en op haar zij.
Geelen werkt nooit in oplage en signeert zijn werk niet. Voor de vpk maakt hij voor beide een uitzondering. Op de buitenzijde van de penning staat een randschrift: handwiel 211*450 guido geelen vpk*2008. De tekst wordt op elke penning, letter voor letter met de hand ingeslagen. Iedere penning krijgt zijn eigen oplagenummer en gaat vergezeld van een geblokte washand waarop een afbeelding van de penning zelf is ingeweven alsook titel, maker, oplagenummer, opdrachtgever en jaartal van uitgifte. Het oplagenummer van het handwiel en de washand komen overeen. De washand werd vervaardigd in het Textielmuseum te Tilburg dat ontwerpers en kunstenaars graag de gelegenheid biedt te ontwerpen voor hun weefmachines.
De jaarpenning 2008 gaat over het handwiel als archetype, oogt industrieel en is ook een persoonlijk werk dat gaat over Guido Geelen. Het past binnen zijn zorgvuldig opgebouwde oeuvre over gieten, over de eigenschap van materiaal, over ware grootte: één op één.