Guido Geelen

teksten

Psalm 95, preek viering aan het water

groep expositie Iconen uit de LINK collectie

Denkt u voor de Viering vast na over de volgende vragen a.u.b.

1) Hebt u dit jaar wel eens geen geld gehad om te eten?
2) Zou u blij zijn, als uw beste maatje straks dodelijk door de bliksem werd getroffen?
3) Woont u in een gebied waar momenteel oorlog heerst?
4) Hebt u dit jaar al eens een complimentje gehad? Welk?

Als u hier drie keer NEE op hebt geantwoord en 1 keer JA, dan behoort u tot de 10% grootste geluksvogels van de wereld. Hebt u twee keer nee moeten zeggen en twee keer ja, dan leidt u een normaal leven. hebt u een andere score, dan adviseer ik u na de dienst even met mij te komen praten!

5) Wie hebt u afgelopen zomer een geweldige en fraaie verrassing bezorgd? Welke?
6) Hoeveel geld hebt u dit jaar uitgegeven aan goede doelen en hoeveel aan vakanties of andere verwennerij. BVV versus VVB (Willen deze mensen even gaan staan?)
7) Hoe vaak hebt u dit jaar geklaagd over de Kerk?

Is dat vijf keer of meer, dan is het verstandig om eens een brief aan de kerkenraad te sturen voor een goed gesprek. Is dat precies 5 keer dan is er niks aan de hand en hoeft u niks te doen. Hebt u echter minder dan 5 keer over de kerk geklaagd, dan kunt u trots zijn op uw kerkenraad en mag u wel eens een flesje wijn of bosje bloemen sturen aan een willekeurig kerkenraadslid. Daar hoort de dominee ook bij trouwens!

Nu denkt u misschien, waarom vraagt hij dat allemaal. Dat zal ik u vertellen. Ik zat vorige week onder het Lancester op het Damplein en naast mij zat een echtpaar met een kind. Ze hadden koffie besteld met een zo te zien heerlijk gebakje en zaten daar zwijgend en schijnbaar ongeïnteresseerd van te eten. Het kind kroop en liep rond tussen de tafeltjes en zat te sjansen met alle bezoekers. Op dat terras toverde dit kind bij veel andere gasten een brede glimlach op het gezicht. Maar niet bij de ouders. Je zag hun tanden alleen, als ze verveeld een hapje namen. Hij had wel wat, modern kapsel, hippe kleren, maar ik geloof niet dat hij zich had opgedoft voor zijn vrouw. Hij leek met zijn gedachten in een totaal andere wereld. En zij…zij had een verstrakt gezicht. Misschien was ze best aantrekkelijk geweest, als ze zou lachen, maar dat deed ze niet. Wel was zij de enige die probeerde hun kind af en toe nog enige aandacht te geven, als het bij de tafel van de ouders ging staan. Wat een diep ongelukkig gezin, dacht ik. Zouden ze er niet veel beter aan toe zijn geweest, als ze op zondag onze zeven vragen hadden beantwoord?


Inleiding op Psalm 95


Nog even over dat echtpaar bij het Damhotel. Ik kon het niet laten om mij een beeld te vormen van hun leven. Het leken me vakantiegangers, die na een drukke periode eindelijk weer eens tijd voor elkaar hadden. Het hele jaar hadden ze vooral hun eigen leven geleid en nu waren ze ineens weer op elkaar terug geworpen. Je ziet dat vaak: mensen die een relatie hebben uit gewoonte. En zolang er geen schokkende dingen gebeuren, vieren ze gewoon hun 12 of 25 jarig huwelijk. Gewoon omdat het zo gaat. En zolang er reuring is met vrienden of familie gaat dat ook allemaal prima, maar dan ineens ben je samen op vakantie in Edam. En ineens zit je samen op het terras. En ineens denk je: is dit nou het leven waar ik van droomde? Is dit alles? Die man realiseert zich ineens dat hij de hele dag aan zijn buurvrouw denkt of aan zijn vrouwelijke collega. Leuke meid! Elke vrouw in Edam doet hem verlangen naar haar ogen, haar benen, haar hand op zijn borst. Vandaar dat hij zo afwezig is! En zij? Ze voelt de afstand. Een afstand van twee meter lucht. Hoe zwaar kan leegte zijn! Hoe lang een korte afstand! Zo zwaar dat ze niet bij machte is het tij te keren. Wat is er toch gebeurt met hun liefde?
Ik weet niet, hoe dat bij u is. Maar één ding weet ik wel: wij zijn allemaal omgeven door echtparen, die elkaar niks meer te vertellen hebben. Omgeven door duizenden stelletjes, die ’s avonds in bed stappen, in slaap vallen zonder nog te denken aan een zoen voor de nacht.
Laat staan dat er nog samen gebeden wordt of gevreeën. Nog niet zo lang geleden stond er een dominee in de krant, omdat deze zijn gemeente had gevraagd: bedrijf toch minimaal één keer per week de liefde! Een mooie Bijbelse gedachte.

We zijn omgeven door allemaal echtparen, die elkaar niks meer te vertellen hebben. Maar waar is het nou stuk gegaan bij dat echtpaar onder het lancaster. Je kunt daar natuurlijk allemaal redenen voor verzinnen, maar ik denk dat er één belangrijke reden uit zal springen. Een oorzaak die psalm 95 ons vandaag onthult. De teleurstelling in elke relatie begint bij de verwachtingen, die je koestert. Ik zie dat ook vaak bij bruidsparen. Heel veel mensen beginnen hun relatie met de gedachte dat ze volmaakt gelukkig zullen worden. Volmaakt gelukkig, dat is toch de droom van iedereen. Ik kom daar straks op terug. Maar ik kan jullie nu al zeggen: het volmaakte geluk zal niemand ooit bereiken. En dat besef wil Psalm 95 ons vandaag duidelijk maken. Niet om ons te deprimeren, integendeel. De dichter van Psalm 95 doet dat om ons het volmaakte geluk zo goed mogelijk te laten benaderen. En onze dichter doet dat als volgt. Hij heeft het trouwens niet over een echtpaar, maar het zou me niet verbazen, als hij dezelfde ervaring achter de rug heeft als die man en vrouw onder het Lancaster.

De dichter gebruikt echter een ander voorbeeld. Hij beschrijft hoe een groep pelgrims op weg gaat naar Jeruzalem. Ze zijn er helemaal vol van. In religieuze extase! Ze zien zichzelf al door de poorten treden van het Godshuis. Ze bezingen God in liederen met de hoogste lof. Ja, deze pelgrims zijn op weg om volmaakt gelukkig te worden. Maar dan klinkt ineens de stem van een profeet. … Nee Engele, stop! Dat komt straks. Maar, lieve mensen, wees hier even op bedacht. Met de tekst die ik nu ga lezen neemt onze dichter de al te vrome gelovigen een beetje op de hak. Het is een parodie, een in de maling nemen van mensen, die menen binnenkort het volmaakte geluk binnen te kunnen treden. Een parodie en ik ik lees ‘m voor:

Psalm 95 (vertaling ds. Engele Wijnsma)

Kom, laten wij jubelen voor de Ene,
juichen voor de rots van ons heil.

Laten wij hem naderen in dankbaarheid,
muziek maken ter ere van Hem.

Want de Ene wordt met recht ‘God’ genoemd!
De Ene is als een koning, machtiger dan alle andere goden!

Zijn handen omsluiten de diepten der aarde;
ook de bergtoppen behoren hem toe

Hem behoort zelfs de zee; hij heeft die gemaakt.
En ook het droge werd gevormd door zijn hand.

Ga naar binnen, laten we buigen in eerbied!
Laten we knielen voor de God die ons schiep!

Ja, voor ons is hij God met een hoofdletter.
Zoals een herder de schapen naar de beste weiden voert,
zo leidt de Ene ons leven ten goede.
Laten we luisteren naar zijn stem!


Inleiding op deel 2 van Psalm 95

Het begin van psalm 95 is een parodie, een in de maling nemen van mensen die menen binnenkort het volmaakte geluk denken te bereiken. Eindelijk de tempel van Jeruzalem binnen treden, eindelijk die bungeejump, eindelijk de seks van je leven. Maar dan klinkt ineens de stem van een profeet. Hij zegt: jullie mensen zijn alleen maar bezig met je eigen “genoegen.” Weet je wel dat God walgt van al die mensen die steeds lopen te klagen, terwijl ze alles al hebben wat nodig is. Weet je wel, dat God er onpasselijk van wordt dat je helemaal opgaat in je eigen verlangens, je eigen extase. Of het nou de kerkmuziek is – o wat zingen we toch mooi- je verzameling plaatjes van Ferrari –ik word zo warm van dat rood van Ferrari!- je loeren naar het succes van een ander: als ik nu ook maar één keer…God walgt er van.

Je hebt toch alles al wat je nodig hebt. In Gods schepping is voor iedereen genoeg, maar niet genoeg voor ieders hebzucht! God heeft hele andere plannen met de wereld. En dus herinnert Gods profeet onze vrome pelgrims uit Psalm 95 maar eens fijntjes aan de tijd van Mozes. Toen de mensen voortdurend klaagden over hun lot…terwijl ze notabene net bevrijd waren uit de slavernij. Hij herinnert de pelgrims uit psalm 95 nog eens fijntjes aan Meriba en Massa. Namen die Mozes had gegeven aan de twee plaatsen waar het volk stond te klagen. Te klagen en het idee hadden zelf zeker te weten wat hen volstrekt gelukkig zou maken. Meriba is Hebreeuws voor: twist, ruzie. Massa betekent beproeving. Geen sympathieke namen voor de plaatsen waar Gods volk zat te morren. Luisteren we naar onze internistische profeet uit Purmerend.

‘Raak niet verhard, zoals ooit de mensen bij Meriba,
in de tijd van Mozes. Maak geen ruzie, zoals Israël
destijds bij Massa, in de woestijn,

God zei toen:
“Jullie voorouders stelden mij toen op de proef.
Jullie tartten mij, terwijl je toch wist wat ik voor je deed.”

God zei toen:
“Veertig jaar heb ik weerzin en walging gevoeld.
En ik moet zeggen: zij waren dwalend van geest.
Mijn wegen wilden ze niet kennen.”

Het was zo erg, ik heb in mijn woede gezworen”:
‘Nooit vinden ze rust, zelfs niet bij mij!”

Meriba = twist, ruzie (Hebreeuws)
Massa = beproeving (Hebreeuws)

Dit zijn namen, die Mozes gaf aan de plaatsen, waar het volk Israël in opstand kwam tegen God tijdens de veertig jaar dolen in de woestijn.

Gemeente van onze Heer, Geliefde kinderen van God,

Op de achterkant van uw liturgie ziet u een bijzondere vaas, gemaakt door de kunstenaar Guido Geelen. Het is één van de vele topstukken, die momenteel geëxposeerd worden in onze Grote Kerk. Vertel eens, wat vind je van deze vaas?

Ik vind het een pracht ding, maar niet alleen om het uiterlijk, ook om het verhaal, dat de kunstenaar met deze vaas wil vertellen. Guido Geelen maakt nooit zomaar een sculptuur. Zijn beelden willen altijd een kritisch of ironisch signaal geven. Een boodschap om nog eens over na te denken. Aan deze vaas vallen drie dingen op.

1. Oud Hollandse regeltjes: dit is een verwijzing naar onze Hollandse huiselijkheid. De tulpen in de vaas onderstrepen die associatie.
2. De vaas heeft de vorm van een kruis. Gecombineerd met het vorige, elk huisje heeft zijn kruisje. En als je heel goed kijkt, als je inzoomt op de tegeltjes, dan zie je die gedacht terug in de vele barsten en scheuren in het tegelwerk.
3. En tenslotte: de puntige uiteinden, die als richtingwijzer alle mogelijke koersen aanduidt. Naar links naar rechts naar voor naar achter.

Als je 1, 2 en 3 optelt dan kan ik de boodschap van Guido Geelen niet anders uitleggen dan zo: Pas als je beseft dat je leven zo is als het is, als je het leven neemt zo als het is, pas dan komt je leven tot zijn recht. Wees nou maar gewoon trots op wie je bent en op wat je hebt en denk niet dat het geluk elders ligt. Streef niet naar het volmaakte geluk, verwacht niet te veel van de extase. Gelukkig zijn, je gezegend weten, dat begint met accepteerden dat het is zoals het is. Met alle breuklijnen die daarbij horen. En als je dat onderkent, dan kun je verder. Dan kunnen de bloemetjes buitengezet. Dan Die richtingwijzers, weet je nog, dan kun je alle kanten weer op.

Voor ons echtpaar onder het Lancaster had ik weinig hoop. Niet dat ik een pessimist ben, maar hij leek mij verliefd op een ander met zijn hippe kleren en zijn wat jeugdiger coupe. En zij was niet in staat het tij te keren. En zo’n zuurpruimerig hoofd doet er dan ook geen goed aan. En nog steeds denk ik: wat jammer! Zo’n lekker gebakje, maar ze genoten er niet van. Zo’n leuk kind, maar ze hadden er geen oog voor. Zo’n leuk stel: en elkaar volledig kwijtgeraakt. Ooit dachten ze samen volmaakt gelukkig te worden. Maar volmaakt geluk bestaat niet. En nu denken ze gelukkig te worden door uit elkaar te gaan. Maar ook volmaakt scheiden komt niet in de boeken voor. Dat wordt Maas en Meriba, Twist en Beproeving.

Dat echtpaar, die vaas en psalm 95: ze vertellen alle drie hetzelfde verhaal. Met dien verstande: dat psalm 95 ook nog een uitweg biedt. Een beproefd recept om uit deze situatie te komen. Laten we daarom nog even goed naar deze tekst kijken.

In het eerste deel maken we kennis met mensen op pelgrimspad. Het is één en al Halleluja. Ze laten alles achter om straks in de tempel in religieuze extase te raken. Net als die man op het Lancaster, die zijn vrouw en kind wil verlaten, denkend volmaakt gelukkig te worden met die ander. Net als het volk Israel dat net door God bevrijd uit de slavernij niet dankbaar is, maar klaagt over het eten en drinken. Alle drie klagen ze over hun leven en hebben moeite de breuken en barsten in hun leven een plaats te geven. Laat staan dat ze er de schoonheid van in kunnen zien. Ze missen de opgewekte kijk van een Annie Luten, die ooit zei: ik ben zo blij dat ik blaasontsteking heb. Want dan hoef ik ten minste niet bang te zijn om dat te krijgen.

Maar goed, laat ik bij het voorbeeld van de psalm blijven, want bood immers een uitweg uit de misère. Onze pelgrims verlangen naar hun extase in de tempel. Ze dromen van de herder, die hen naar de beste weiden voert. Daar straks, dan hebben we de schaapjes op het droge. Dat is het moment waarop we volmaakt gelukkig zijn. Dan hebben we alles wat ons hartje begeert. Maar God walgt van dat verlangen. En de dichter maakt die walging van God wel heel menselijk. Hij legt De Eeuwige woorden in de mond, die ik niet graag voor mijn rekening zou nemen. “Ik heb in mijn woede gezworen, nooit vinden ze rust, zelfs niet bij mij!” heftige taal, maar daarmee zet de dichter de boel wel op scherp. De zoektocht naar de schaapjes op het droge, de zoektocht naar gras dat bij de buren groener lijkt, de zoektocht naar het volmaakte geluk, het is een heilloze weg! En er is maar 1 uitweg, als je bent vastgelopen in dat heilloze verlangen. En da is: raak niet verhard, maak geen ruzie. Dus geen Meriba en Massa. Verhardding stoot af, ruzie brengt enkel verwijdering. De enige uitweg is deze: vers 10: Ken Gods wegen. Ga Gods wegen. Niet langer dwalend zijn van geest. Mooi beeld, vind ik dat: dwalend van geest. De enige uitweg is deze: Ken Gods wegen. Ga Gods wegen.

En dan denk je misschien: hoe ziet die weg eruit? Moet ik dan aan de Tien Geboden denken. Ik zou zeggen: ja, denk daar maar aan. Maar je kunt ook kijken Jezus. Naar zijn manier van leven. Altijd gericht op vergeving en verzoening, altijd geneigd de spanningen weg te nemen met een grapje of een woord van wijsheid, Altijd mikkend op bekering: dus mikkend op een andere manier van kijken. Ken Gods wegen. Ga Gods wegen. Niet alle schaapjes zul je op het droge krijgen, want er zullen altijd weer nieuwe schaapjes komen, nieuwe verlangens. Volmaakt gelukkig zul je er niet van worden. Volmaakt geluk bestaat immers niet. Maar je komt wel een heel eind. En wie weet: misschien ga je ooit de ander weer met nieuwe ogen zien. En wie weet worden wij meer en meer omgeven door echtparen, die elkaar weer wat te zeggen hebben.
Amen.