Guido Geelen

teksten

Meten is weten

April 2005, Kunst bedrijven (Rob Smolders)

project Bouwmeesters voor Heijmans

Hoeveel tijd wordt er op de bouwplaats nog besteed aan het meten? In deze tijd van prefab-montage steeds minder. Ooit ontleende de bouwer hieraan zijn status, dat hij niet alleen steen kon bewerken maar ook kon passen en meten, dat hij wist van waterpas en windbestendigheid. Van oudsher ligt in deze rol van het bouwgilde de associatie met de vrijmetselarij. Zoals God ooit de oermaterie vorm gaf en orde schiep in de natuur, zo bouwt de mens aan zijn eigen omgeving op aarde en streeft daarbij vanzelfsprekend het goede na. De broeders van de vrijmetselarij worden voortdurend herinnerd aan deze oorsprong van hun genootschap door de symbolen die zij gebruiken: passer, winkelhaak, troffel en schietlood.

De bouwer, de vakman op de bouwplaats van nu, zou waarschijnlijk wel even glimlachen om de hoogdravende vergelijking tussen de constructeur van het heelal en zijn eigen bezigheden.
Guido Geelen heeft hem tot onderwerp gemaakt van zijn sculptuur. Herkenbaar voor iedere voorbijganger, voor de bouwvakker zelf, en ook voor de vrijmetselaar want de twee bronzen figuren dragen samen de symbolen van de vrijmetselarij. Het beeld plaatst de bouwers op een voetstuk, een voetstuk dat ze nota bene eerst zelf opgemetseld lijken te hebben.
In de kunst zijn afbeeldingen van arbeiders vrijwel altijd gemaakt vanuit het besef dat zij het menselijk kapitaal vormen van het bedrijfsleven. Vroeger werden aan de gevels van belangrijke gebouwen wel beelden geplaatst van ´de nijverheid´, in de vorm van een sterke, halfnaakte man met gereedschap in de hand. Meestal werd hij vergezeld door een figuur die ´de handel´ voorstelde. Het was monumentale beeldhouwkunst, die dikwijls werd geplaatst aan de hoofdingang van zo´n pand waar de gewone man nooit kwam.
In de Nederlandse kunst werd de arbeider pas een mens van vlees en bloed toen Mari Andriessen in 1950 het beeld van de Dokwerker maakte, als herinnering aan de Februaristaking van 1942. De onverzettelijke havenarbeider was hier het symbool van opstand tegen de onderdrukking. Het beeld is nog elk jaar het middelpunt van een herdenking, waarmee tegelijk een eerbetoon wordt gebracht aan de mensen die de ruggengraat vormen van onze maatschappij.
De mannen die Guido Geelen voor Heijmans maakte, zijn verre nazaten van deze figuren. Hun realistische uitbeelding komt dichter bij de dokwerker dan bij de anonieme figuren die de nijverheid moesten voorstellen. Toch gaat ook de vergelijking met het beeld van Andriessen mank. De imposante havenarbeider heeft immers het werk in de steek gelaten om zijn aandacht te richten op iets dat groter en belangrijker is. De bouwvakkers van Guido Geelen zijn juist verdiept in hun werkzaamheden en lijken niet van plan zich daarvan af te laten leiden. Ze voegen iets toe aan het beeld van de werkende mens èn aan het werk van hun maker.
Het vroege werk van Guido Geelen, gemaakt tussen 1985 en 1994, bestond vooral uit rechthoekige stapelingen van keramische elementen. In het begin waren dat abstracte vormen, conisch zoals emmers, of kubus- of buisvormig. De beelden hadden de naturelkleur van gebakken aarde, soms waren ze overgoten met kleurige glazuren. Geleidelijk verving Geelen deze anonieme vormen door afgietsels van herkenbare, alledaagse voorwerpen. [img]artikelen/meten2.jpg[/img]Televisietoestellen, wasmachines, vazen, honden, alles wat met klei in een mal gemodelleerd kan worden, kwam erin samen. De nog zachte kleivormen perste hij in rechthoekige kisten waar ze na het bakken als merkwaardig samengestelde bouwstenen weer uitkwamen.
In het werk van na 1995, heeft hij zijn werkwijze drastisch veranderd. Het zijn nog steeds stapelingen van gewone voorwerpen, die nu met elkaar verbonden worden door een staketsel van buizen en dwarsverbindingen. Veel van deze verbindingen zijn de giet- en luchtkanalen die de bronsgieter nodig heeft om het metaal in de holle vorm te krijgen, en de lucht eruit. Gietkanalen zijn sporen van het werkprocédé en worden over het algemeen weggeslepen. Guido Geelen gebruikt ze, hij maakt ze tot onderdeel van het beeld.
De twee bouwers bij Heijmans, op het eerste gezicht zo levensecht, zijn op een aantal plaatsen doorsneden en doorboord. Daar kun je met eigen ogen vaststellen dat de schijn bedriegt. In hun lijven is vlees noch bloed aan te treffen. In plaats daarvan worden de fragmenten van hun lichaam, die slechts uit een bronzen huid bestaan, bijeengehouden door een intern frame. De kunstenaar heeft de tegenstelling tussen het realisme van het beeld en de techniek waarin het is gemaakt, tot het uiterste opgevoerd. Hij doet dat niet omdat hij het onderwerp niet serieus neemt. Door bij de ingang van het kantoor twee herkenbare werkers in overalls te plaatsen, herinnert hij de werknemers met witte boorden eraan dat er buiten mensen aan het werk zijn voor het bedrijf.
Tegelijkertijd maakt hij je ervan bewust dat dit beeld een maker heeft. Iemand die weet van passen en meten, die orde schept en betekenis geeft. De kunstenaar en de bouwmeester, ze lijken wel een beetje op elkaar.