Guido Geelen

teksten

Ruimtelijk Manuscript

26 april

project Ruimtelijk Manuscript

Papier en inkt, de twee tastbare onderdelen van een boek, heb ik binnen de gestelde maat van 44 x 32 x 7 cm. gebruikt voor mijn beeld. De beschikbare ruimte is volledig gevuld met in verloren was techniek gegoten aluminium takken van eikenbladeren waaraan galappels zitten

De takken worden eerst in hete was gedompeld en daarna minutieus met ontluchtingskanalen aan de gietboom vastgezet. Als dit wasmodel klaar is wordt het in een vorm met hittebestendig gips geplaatst. Vervolgens gaat de gipsvorm in een oven. Door verhitting smelt de was en verbrand het hout. In de gipsvorm blijft een holle ruimte achter. De holle ruimte kan daarna met vloeibaar aluminium volgegoten worden. Het aluminium loopt via de trechter in het hoofdgietkanaal tot in elk detail van het beeld. De ontluchtingskanalen zorgen voor de doorstroming.
Aluminium is in vergelijking tot brons of ijzer in vloeibare vorm veel dunner en daardoor geschikt voor haarfijn gietwerk.

Uit de galappels van eikenbladeren werd in het verleden inkt gemaakt door toevoeging van ijzersulfaat. Deze techniek was al bekend in de Romeinse tijd. De galappels bevatten veel looizuur dat een verbinding maakt met ijzersulfaat. Deze verbinding is in het begin kleurloos, maar wordt zwart door blootstelling aan de lucht (oxidatie).
Galappels: Galappels/noten vind je bij bomen. Het zijn een soort van gezwellen die op bomen zitten en gemaakt door parasieten. Er zijn genoeg insecten die er gebruik van maken. De galwesp bijvoorbeeld, die kan er eitjes in leggen. De galappel is een perfecte plaats voor een larve, want het bied veiligheid en eten. Als de Larve groot genoeg is zal hij de galnoot openbreken en wegvliegen. Er zijn duizenden soorten galnoten maar de Chinese en Japanse galnoten worden het meest gebruikt om inkt te maken. In de galnoten zit een zuur. "Tannin" genaamd. Dit zuur wordt gebruikt bij de bereiding van inkt.
Oost-Indische inkt is een lichtechte diepzwarte inkt
De inkt bestaat uit moleculen zuivere koolstof (roet) die met water een scheikundige verbinding aangaat.
Koolstof werd al in de prehistorische oudheid ontdekt en gebruikt in de vorm van houtskool, dat bereid werd door organisch materiaal (meestal hout) te verhitten in een zuurstofarme omgeving.

(bron:wikipedia)