Guido Geelen

teksten

Tentoonstelling sculpturist/beeldhouwer G.G. op D.S.M. – 09/2007

Heerlen, 13-09-2007 (A.M.A. Groot)

solo expositie Guido Geelen, Sculpturen (Heerlen)

Met plezier heb ik ja gezegd op te vraag om als kunstliefhebber het woord tot u te mogen richten als introductie bij de opening van de tentoonstelling van de sculpturist/beeldhouwer G.G. op D.S.M.

Mijn dank voor de uitnodiging gaat naar de kunstenaar en bestuur van D.S.M., in het bijzonder de heer Jan Zuidam, voorzitter D.S.M. Kunstcollectie Kunstcommissie en ook naar Catharien Romijn, curator D.S.M. Kunstcollectie, voor deze uitnodiging.

Afzien

Als kunstliefhebber aan het begin van de 21e eeuw is het afzien. Alle stromingen in de kunst die de 20e eeuw m.n. na 1945 heeft zien komen, werken op één of andere wijze door in hedendaagse kunst en kunstuitingen, waarbij de oriëntatie van de kijker – ik betrek dit op beeldende kunst – zwaar op de proef wordt gesteld.
Vergeet niet dat ik als een goedwillende amateur kijk, bereid te leren dat wel, maar wat komt er veel op je af …

Kiezen

De keuze voor of tegen een kunstwerk, kunstenaar of kunststroming komt voor een
zeer groot deel uit een gevoel van binnen dat het werk of de man/vrouw bij je past, je intrigeert, het liefst in je hoofd binnendringt en voortdurend in de herinnering opduikt. Tegelijk zijn er thema’s die rond de keuze spelen: voor mij o.a. beleving van de werkelijkheid en positie van de mens in de wereld der mensen/dingen/in de tijd.

G.G. speelde al jaren op in mijn hoofd, totdat via wederzijdse kunstvriend Ronald Zuurmond een afspraak op het atelier in Tilburg tot stand kwam.
Dat atelier … u zoudt het moeten zien… DSM-laboratorium-kwaliteit gelijk met een ruimte beleving die voor mij tot dan toe uniek was.
En dan de man: open naar de vreemde snoeshaan die zijn privacy betreedt,
communicatief, professioneel maar bovenal bereid te delen.
In de afgelopen 2½ jaar heb ik de houding van G.G. altijd als zeer positief ervaren,zowel over werk, ’t leven, etc.: hij kent het woord onverschilligheid volgens mij niet.

Het nieuwe werk waar hij toen mee bezig was, gegoten aluminium en bronzen
bloemensolitairs c.q. boeketten, bleek verrassend vernieuwend en even fantasievol als het eerdere werk.
Opnieuw begreep ik mijn fascinatie voor zijn werk.

Vormenrijkdom

De vormenrijkdom is er een waarin delen en fragmenten van voorwerpen, dieren,
bloemen en ook mens – delen (zoals u in deze expositie kunt zien) eerder verbonden dan gescheiden zijn in een schijnbare chaos, die gedisciplineerd geregisseerd en gemanipuleerd is en perfectionistisch uitgevoerd; delen elkaar vervolmakend in beelden die unieke inhoud en presentatie paren.
Het werk oogt esthetisch bij oppervlakkige beschouwing, nadere observatie levert fascinatie en roept vele vragen op over inhoud en betekenis, ook over materiaalkeuze
en over kunsthistorische perspectieven.
Ook de vraag of iemand die gaten in zijn eigen werk schiet beeldmaker of
beeldhouwer is, werd al eerder gesteld. Hij laat gietkanalen gevuld met gietmateriaal staan zonder er in te “houwen”.
Sterk aandachtspunt: het werk confronteert, laat zich niet eenvoudig duiden, maar is nooit moraliserend.
Ook getuigt het werk van liefde voor het vak en groot besef van verbondenheid met de werkelijkheid om hem heen, een werkelijkheid waarvan hij lagen van inhouden verbeeldt, die als gezegd blijven verrassen en intrigeren.

Vitaliteit

G.G. durft het eigen werk te verbinden met al die belangrijke kunsthistorische voorbeelden waarvan hij ons als kijker nogmaals deelgenoot maakt. Hij kent zijn plaats in de galerij der kunsten en maakt met eigen vitaliteit aanspraak op zijn unieke
aanvullende plaats daarin.
Het is speciaal de vitaliteit, naast een enorme fantasievolle creativiteit, vakmanschap – discipline incluis – en groot besef/inzicht in het kunstenaarschap, die mij, en ik hoop
ook u, als u deze beleving met mij nog niet deelde, het werk van G.G. tot een
verrijking van het bestaan strekt, zoals dat, denk ik, een groot kunstenaar betaamt.